Best Island
Beautiful Island
Beautiful Beach

Tuesday, May 3, 2011

Maandag en dinsdag 2 en 3 mei - gasten op Soemba, toeristen op Bali

Maandag 2 mei – Te gast op Soemba

Jan was vanochtend alweer vroeg vertrokken: om 6 uur zette z’n chauffeur koers richting Waingapu, vandaag ging hij weer lesgeven aan de theologische school. De meesten van ons waren ook vroeg op, sowieso maakten de hanen, honden en katten aardig wat geluid. En soms het geknor van een varken erbij… Ons ontbijt (om 8 uur) bestond uit een heuse Soembanese specialiteit: nasi met bruine bonen. Jan en Alie en hun kinderen aten dat, tijdens hun Soemba-jaren, elke ochtend. Want vlees was er niet altijd, dus gaven die bruine bonen een goede basis voor de rest van de dag. En tot verbazing van Alie hebben we er allemaal van lopen smullen. Helemaal prima! Daarna nog even met elkaar op de foto: in het gastenhuis hangt van iedere reis die Alie naar Indonesië heeft gemaakt een groepsfoto (inmiddels al wel een stuk of 7/8).

Om 9 uur liepen we de ‘straat’ uit richting het kantoor van stichting Yakerrsum, een stichting die in de jaren ’80 is opgericht door Nederlandse landbouwkundigen die waren uitgezonden door De Verre Naasten. Want toen er flinke honger heerste op Soemba, kwam er vanuit de (zendings)contacten met de Soembanese kerken ook de vraag om hen daarbij te helpen. En daarmee iets te doen aan de armoedige levensomstandigheden van de kerkleden en zodoende ook het kerkverband wat meer (financiële) armslag te geven. Zodoende is Yakerrsum opgezet in Wain Marangu, compleet met een proeftuin erbij. Tegenwoordig is Yakerrsum een zelfstandige stichting onder de vlag van de kerken (GGRI-NTT) en krijgt ze, op basis van hun eigen (meerjaren)plannen, jaarlijks een budget via De Verre Naasten.

Bapa Martinus ontving ons op kantoor en vertelde het een en ander over de geschiedenis en de huidige landbouwprogramma’s van Yakerrsum, die tegenwoordig vooral gericht zijn op de begeleiding en coaching van boerengroepen. Ze kiezen er bewust voor geen individuen te coachen, maar zich te richten op zelfgeorganiseerde, lokale groepen. En de daadwerkelijke advisering van Yakerrsum over bijvoorbeeld landbouwmethoden, bemesting, terrassering en de aanplant van meerjarige gewassen komt vervolgens pas op gang als die boerengroep zelf om hulp vraagt, als ze zelf bepaald hebben waarover ze advies willen. De werkwijze is dus vraaggericht en niet aanbodgericht (in tegenstelling tot veel van de landbouwprogramma’s die de overheid doet). Yakerrsum heeft daarmee een werkwijze gevonden die goed aansluit bij de dagelijkse praktijk en ook de (dorps)cultuur op Soemba. Mooi om te horen hoe dat allemaal in z’n werk gaat. Ook krijgt zo’n boerengroep van Yakerrsum vaak vee (koeien/geiten) of zaailingen van bomen (soms citrusvruchten, soms hardhout, zoals teak en mahonie) ‘te leen’, als een soort microkrediet. Met de opbrengst van de verkoop van het hout (na een aantal jaren), het vlees, de jonkies of de vruchten kan het boerengezin dan wat extra inkomen verwerven en ook ‘de lening’ afbetalen. Een mooi systeem: niet je geld op de bank, maar in de grond (bomen) of dat rondloopt (vee). Voor de Soembanezen is zo’n langetermijninvestering een hele denkomslag, want hier geldt vaak: nu is nu en als je wat hebt, dan hoor je dat te delen met de rest van de familie…
Ook umbu Ama was erbij (al jarenlang de directeur van Yakerrsum) en ook bapa Indyo (in dienst bij De Verre Naasten en (op afroep) beschikbaar voor Yakerrsum en ook voor de GGRI-NTT). Na de koffie/thee en gebakken banaan bekeken we de proeftuin nog even. Ook zagen we daar een hele rij jonge boompjes staan, klaar om uitgedeeld te worden.
Vervolgens gingen we met de bus naar een desa/kampong vlakbij (Laitipi) waar ze het advieswerk van Yakerrsum goed begrepen hebben: onder leiding van het dorpshoofd is er een prachtige tuin aangelegd met een heleboel houtbomen (mahonie, teak). Als het goed is, gaat dat over een paar jaar een mooie opbrengst opleveren. Het bijzondere is dat dit dorpje nog heidens is, want Yakerrsum richt zich niet alleen op kerk-leden. Maar langzamerhand begint er wel interesse in het christelijk geloof te ontstaan. Mooi dat dat zo kan werken… We werden er met sirih pinang ontvangen, maar niemand durfde dat aan… Je zag hier om je heen dat het voortdurend kauwen van de betelnoot vrij desastreuze gevolgen voor je gebit kan hebben. Rode tanden (als je die nog hebt) en allerlei vergroeiingen in het tandvlees. En hoe ouder je wordt, hoe slechter je gebit…

Het dorpshoofd vertelde ons over het plantprogramma van Yakerrsum en ook dat de vrouwen de boekhouding doen: elke maand moeten de dorpsgenoten een deel van de lening alvast afbetalen. Ook het opleiden van de vrouwen in dergelijke administratieve taken hoort bij het dienstenpakket van Yakerrsum.  Alie vertaalde en deelde later ook kinderbijbeltjes uit aan de kinderen. Arjan hing er een slinger op van de kinderen van de Fonteinschool uit Buitenpost: zij hadden net voor vertrek een mooi bedrag bijeen verzameld voor de landbouwprojecten op Soemba (jeugdactie van De Verre Naasten) en hadden deze foto-slinger aan hem meegegeven. Al die blonde, Friese koppies (Nederland heet in Indonesië Belanda, dat komt van ‘blond’) en hun tekeningen werden met plezier bekeken... Na de meivakantie zal Arjan de foto’s en video op school laten zien. Daarna bekeken we de tuin; ziet er goed uit. Met recht een voorbeeldproject van Yakerrsum.
Voor het middageten werden we uitgenodigd bij umbu Ama en rambu Nona thuis. Zij wonen vlakbij ons, ook in Wai Marangu. Er stond een heus feestmaal voor ons klaar: rijst, kip, vis en fruit. We lieten het ons heerlijk smaken. Ibu Hinke kreeg van rambu Nona nog een cadeau (een geweven sjaaltje), omdat ze zo goed voor haar nichtje Tina heeft gezorgd toen deze in Enschede kwam wonen (nadat ze getrouwd was met ds. Hugo Bos). Ook ibu Jenny kreeg zo’n sjaaltje vanwege haar zorg voor Tina toen ze in Bruchterveld woonden. En als huisgenoten kregen ook Marga en Arjan (voor ibu Marion, die alleen thuis is…) zo’n sjaaltje. Later die middag heeft rambu Nona met de mobiele telefoon van Jenny nog even met Tina in Nederland gebeld. Bellen moet hier trouwens buiten het dorp, een eindje de berg op.
Na een middagpauze vertrokken we om half vier met de bus richting Melolo. Daar hebben we eerste getankt, daarna zijn we doorgereden naar de adatkampong Rende, een oude kampong waar de Soembanese ‘koning van Melolo’ woonde. Dergelijke koninkrijken spelen in de traditionele cultuur van Soemba nog steeds een rol en hebben ook in de ‘normale gang van zaken’ een aardige vinger in de pap. Er staan in deze kampong flink grote adathuizen, met een hoog grasdak erop. In dat hoge deel wonen de geesten van de overleden voorouders (marapu). Helemaal bovenop staan afgodsbeelden; je ziet ze ook af en toe op de grond staan (offerpalen). Ook staan er flinke grafmonumenten middenin de kampong, zodat de overledenen niet vergeten worden. In de kampong werd door de vrouwen geweven. Het resultaat: prachtige kleden, waarin ze allerlei kunstige motieven weven. En te koop, uiteraard.
Uitgezwaaid door de kinderen, reden we verder naar de stuwdam bij Melolo, aangelegd met financiering van de Wereldbank. Met het opgestuwde water kunnen de sawa’s (rijstvelden) van water voorzien worden. Zo’n busje met blanke toeristen bleek een grote aantrekkingskracht op de kinderen uit de buurt te hebben. Tientallen renden achter ons aan, hingen aan de bus en wilden graag kleedjes verkopen of sigaretten bietsen… Maar helaas, pindakaas, niemand rookt en van kleedjes zijn we al voorzien. Wel hadden we nog wat snoepjes…
Na wat foto’s van de dam, reden we door naar de familie Maramba. Onder het afdak van hun huis maakten we kennis met bapa en ibu Maramba en drie van hun zonen, schoondochters en kleinkinderen. Een mooie ontmoeting, deze familie waren de vroegere buren van Jan en Alie in Wai Marangu. Jan was inmiddels ook hier gearriveerd. Bapa Maramba werkte vroeger voor Yakerrsum, was ondermeer betrokken bij de aanleg/onderhoud van de proeftuin. We zaten op het zelfgemaakte bamboemeubilair, maar dat bleek in enkele gevallen niet helemaal berekend op Westerse maten. Een gewichtig bezoek, laten we maar zeggen… Na de koffie/thee was er ‘alleen wat rijst’, maar niets bleek minder waar: er was zelfs een varkentje geslacht om er een heerlijke maaltijd van te maken. En natuurlijk moesten we twee keer opscheppen, dat hoort zo! De zoons bleken aardig Engels te kunnen en hebben een tijdje met Arjan (zelfde leeftijd) zitten praten. Na de maaltijd hebben we uit de Bijbel gelezen en is bapa Maramba voorgegaan in gebed (Jan vertaalde): mooi om zo de verbondenheid in Christus, zonder enige voorwaarden/verschillen onderling, te mogen ervaren. We hebben hen ‘Vrede zij u’ toegezongen, waarna zoon Zacharias, predikant in de GGRI-gemeente in Lai Handungu, de wens uitsprak dat ook nieuwe generaties deze zelfde ‘hartsverbondenheid’ tussen christenen onderling mogen gaan ervaren.
Het was een mooie dag vandaag, vol prachtige ontmoetingen met broers en zussen. Onze verre naasten kwamen werkelijk dichtbij. Vandaag voelden we ons even geen toeristen, maar waren we echt ‘te gast’ op Soemba!
Dinsdag 3 mei – van Soemba naar Bali
Deze dag begon vroeg: al om een uur of 3 begon er een haan te kraaien… Gelukkig konden we blijven liggen tot 5 uur/half 6 (J), want voor zes uur moesten de koffers klaarstaan, konden we direct daarna ontbijten, zodat we om halfzeven konden vertrekken richting het vliegveld. Dat liep allemaal gesmeerd. Het ontbijt was prima, met versgebakken brood. Om kwart voor 7 vertrokken we en iets na achten waren we al in de hoofdstad. Onderweg kwamen we veel kinderen tegen in schooluniform, op weg naar school.
In Waingapu hebben we nog een gekeken in de oude haven. Ook hier gaat uitladen (en inladen in een vrachtwagen) met de hand: zak op de nek en over de loopplank. Zwaar werk! Later zagen we het havencomplex vanuit de lucht nog weer. Daarna een bakje koffie gedronken en Jan afgezet bij school. Opnieuw een dag lesgeven; morgen weer en dan zien we hem woensdagavond in Bali. Onderweg zagen we ook nog het oude zendingsziekenhuis waar dr. Oosterhuis gewerkt heeft  (en waarvan Hinke het verpleegstersvak geleerd heeft in De Sionsberg in Dokkum).
Inchecken en boarden bij Merpati Airlines verliep voorspoedig, maar op een bepaald moment waren we Jaap even kwijt. Da’s wel vaker zo, want om 3.000 foto’s te maken, dan heb je wel even tijd nodig. Maar deze keer kwam hij met een glimlach voor oor tot oor terug: een Soembanese schone van 22 jaar had hem ten huwelijk gevraagd! Maar toen ‘ie vertelde dat ‘ie 68 was en al jaaaren gelukkig getrouwd, was de animo snel over. Maar dat je nog ‘courant’ bent, dat doet een man altijd goed…
Na het opstijgen van onze Fokker 100, werd al vrij snel de landing weer ingezet... Dit vliegtuig bleek weer een stop-vliegtuig, deze keer maakten we een tussenstop in Waikabubak op West-Soemba. We moesten het vliegtuig even uit en konden er een klein halfuurtje later weer in. Uiteindelijk kwamen we om een uur of twaalf op Bali aan en waren we, met auto/busje van het hotel, om 1 uur opnieuw bij hotel The Yulia Inn (voor de derde keer deze reis). Meteen valt hier het enorme contrast met Soemba op: heel veel auto’s, drukte van brommertjes, souvenirshops, getatoeëerde Australiërs, beachboys… Terwijl we het hier eerst, vergeleken met Jakarta, nog rustig vonden…
Na een kippen- of tomatensoepje hebben we de rest van de middag gerust, geshopt, langs het strand gewandeld, gekeken naar de zonsondergang, ons laten masseren… Kortom, vakantie! Om 7 uur hebben we ons het avondeten goed doen smaken, om half 10 hebben we samen de dag afgesloten. ’t Voelt goed om even alle indrukken van de afgelopen drie weken rustig te laten ‘indalen’, voordat we donderdagmiddag weer naar Nederland vertrekken. Morgen een dag vrijaf, aan het eind van de dag gaan we nog wel met elkaar de traditionele apendans bekijken en samen vis eten (jammie, Marga). Voor nu: oant moarn!

No comments:

Post a Comment